Mooi van lelijkheid

Hij had zijn Hymer S550 camper nog maar nét en de halve bevolking van het hoofdkantoor deelde mee in de feestvreugde. Collega Jaap van der Sar over de overstap van hippiebus naar retrocamper.

Waarom stond hij bij het hoofdkantoor?

“Ik was net terug van een korte vakantie in eigen land. In de caravanstalling kon ik niet terecht, wegens beperkte haal- en brengtijden. Danny van de beveiliging streek de hand over het hart, dus was mijn camper even onder de pannen, voor de zekerheid gemarkeerd door twee pylonen, zo ver stak hij buiten het parkeervak.”

Wat kost zoiets nou?
“In zijn bouwjaar, 1985, was een Hymer S550 voorbehouden aan lui met een goedgevulde knip. In Duitsland kostte hij 90.000 Mark. Ik haalde hem binnen voor nog geen tien procent daarvan, deels betaald uit de verkoop van mijn Ford Transit camper uit 1981: een hippiebus, waar ik zes jaar veel plezier van heb gehad. Het was een kleintje, dus zetten we er een voortent aan. Daar wilden we vanaf. Met de grote Hymer verkassen we in een handomdraai.”

Hoe is-ie van binnen?

“Bruin interieur, beige vitrage, hoogpolig tapijt. In de cabine is de Hymer helemaal jaren tachtig retro. Mooi van lelijkheid en daardoor ben ik er ook op gevallen. Moderne campers zijn net rijdende koelkasten. Kraak noch smaak. En weet je wat zo leuk is: je hebt altijd aanspraak op de camping. Mensen vinden hem gaaf. En mijn dochters van vijf en tien beschouwen hem als hun speelhuisje. Bij slecht weer hebben we heel wat kinderen over de vloer.”

Hoe rijdt het, zo’n 3-liter vijfcilinder?

“Houd het maar op een mix van tractor en vrachtauto. Je bent als een machinist bezig het zaakje rollend te houden. Komende zomer rij ik naar Kroatië. Maar onderweg kunnen de plannen zomaar veranderen. Da’s het leuke van een camper: luifel binnenhalen en weg ben je.”