Mijn leven buiten werk | Willem

De moeder die staat te juichen als haar kind voor het eerst met een motor van huis wegrijdt, moet nog worden gevonden. Maar de moeder van Willem van Vliet wist dat er geen houden aan was.

Hoe is dat motorrijden begonnen?
“Al mijn broers reden motor. Dat ik zou opstappen, was een uitgemaakte zaak. De kiem werd gelegd op mijn twaalfde, toen ik met vrienden op een braakliggend landje achter ons huis in Hazerswoude croste op een Solex. Ik woon er overigens nog steeds en heb in mijn dijkhuis een dijk van een kelder; een gouden stek voor een sleutelaar als ik. Ik heb een Harley-Davidson Liberator, BMW’s R25 en R75 en een BSA B40.”

Zit er een verhaal achter je motoren?
“Vooral achter de Harley. Mijn broer verongelukte dik dertig jaar geleden met zijn brommer, een week voor zijn huwelijk. Diens rode Harley Liberator ging daarna in de verkoop. Dat ging knagen, acht jaar later. Ik moést hem terug hebben en wist de eigenaar te achterhalen. Die wilde er niet vanaf, maar deed de toezegging mij te benaderen als dat moment zou komen. Een paar jaar later was het zover. Die motor gaat dus nooit meer weg.”

Is er een relatie tussen je werk als monteur bij TEc in Ypenburg en je motorhobby?

“Ik heb een beetje van mijn hobby mijn beroep gemaakt en andersom. Want bij TEc bouw ik niet alleen Wegenwachtauto’s in, maar ook de motorfietsen. Vorig jaar heb ik een serie nieuwe Suzuki’s voorzien van de Wegenwacht uitrusting.”

Je rijdt nogal gedateerd spul; heb je een voorkeur voor oude motorfietsen?
“Goed gezien. Daar kun je zelf nog alle onderhoud en reparaties aan doen. Ook wat dat betreft komen de lijntjes samen met de Wegenwacht. Ik onderhoud namelijk de oude Harley’s, BSA’s en BMW’s die nog behouden zijn gebleven. En ik ben lid van de Gele Rijders, eigenaren van oude Wegenwachtauto’s en motoren. Jaarlijks maken we een toertocht. Voor mij een hoogtepunt.”